Gedicht : Groningen
Stad, langs uw blinkend water liep ik voort,
ik zag uw markten in het morgenlicht,
ik heb van u gedronken en gedicht
en ‘t stromen in uw aderen gehoord.
De toren met het trillend vergezicht,
een schrale trambel, die de morgen stoort, -
ik daal en wandel langs het water voort
het ruime land in, dat rondom u ligt.
Er zijn die u bewonen nors en klein,
geroest, gekerkerd in de stugge schijn:
Wat vreemd en anders is dan wij, deugt niet…
Ik, die u heb geproefd op straat en plein,
moet duizelen en soms zelfs dronken zijn
van al uw zon en wind en wijd verschiet.
© Erven A. Marja/ A.Th. Mooij, V 1964.
Gehele of gedeeltelijke overname is slechts toegestaan met de expliciete schriftelijke toestemming van Dolf Mooij. * dichter@hellemooij.nl
Trackback URL voor dit bericht: http://www.marja-dichter.nl/a-marja-zn/citaten/gedicht-groningen/trackback/


Laat een antwoord achter
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen geven.